Ik leer het konijn van een trapje aflopen.
- Hoe leer je hem dat?
Ik leg er een wortel neer. Bovenaan de trap.
- Doet ie het zonder wortel ook?
Nee.
- En jij?
Van de trap aflopen?
- Nee, je boterham opeten.
Alleen als ik daarna een snoepje krijg.
- Dus jij bent een soort konijn.
Ik gedraag me als een konijn,
maar ik weet wel beter.
- Maar je gedraagt je als een konijn.
Ja.
- Als jouw mama jou nou drieentwintig dagen geen snoepje geeft?
Dan ga ik wel eten, anders ga ik dood.
- Wanneer ga je dan eten?
Na een paar dagen ofzo.
- Wanneer precies?
Na 8 dagen.
Nee, na 5.
Nee na …
Nou, dan kan ik het net zo goed meteen doen…
Maar ….wanneer krijg ik dan nog snoepjes…?
- Nou gewoon 1 per dag.
Iedere dag?
- Iedere dag.
Oké.
——————————————————————————————————-
De extrinsieke beloning is nu losgekoppeld van de actie en daarmee geen beloning meer.
Als ik eet, krijg ik energie. (Geen snoepje.)
Ik leer leren zonder beloning.
——————————————————————————————————-